dinsdag 12 november 2013


Eneo-ateliers

Niet om weg te spoelen

Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn 

‘Alleen het eindeloze van de nacht leidt tot ongehoorde schilderijen van geluk, de geur van de sterren in het gras’.

Blond was ze en mooi, heel mooi. Verliefd was ik, heel verliefd en bij toeval las ik die  prachtige regel. Het bleek de eerste regel van een gedicht van Hans Lodeizen.
Perfect de liefde beschreven zoals ik het zelf onderging. Zij maakte het uit, ik dacht nooit meer gelukkig te kunnen worden. Dat viel na enige maanden reuze mee, maar het gedicht bleef een bijzondere plaats in mijn geheugen innemen.

Nu, jaren later, overvalt me de dierbare herinnering.
Op ooghoogte hangt een scheurkalender. Lodeizen, hoef ik niet te lezen, ik ken het nog steeds uit mijn hoofd.

'Hoe kan een uitgever zo’n prachtig gedicht op een scheurkalender zetten' vraag ik het gezelschap. Men kijkt mij verbaasd aan. Het geeft me de gelegenheid te vertellen dat Lodeizen het schreef op zijn terugreis per schip, hevig verliefd op een zwarte jongen die hij in de VS had moeten achter laten.

Dat het om een zwarte jongen en niet om een blond meisje ging ontdekte ik veel later.
De schoonheid en de zeggingskracht van de poëzie, zo bleek waren er niet minder om.
Oordeel zelf.

Allen het eindeloze
van de nacht leidt tot ongehoorde 
schilderijen van geluk en de geur
van de sterren in het gras, de krekels
van de hemel. De dagen deinen 
als op hoge zee naar onberekenbare 
verlorenheid

aanstonds de gewone
weg van het leven waar 
je alleen zult zijn en dit
het enigste brood voor vele nachten
herinner dan hoe de vuurvliegen
sterren op aarde hebben genaaid.

Herinnering maakt uit wie wij zijn.
Eneo-ateliers helpt met vormgeven aan herinnering.


 Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers-urn.com

dinsdag 15 oktober 2013


eneo-ateliers

Damascus

Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn.

Dagelijks in de krant, Damascus. Bij wie er ooit ontspannen rond liep blijft Damascus in herinnering als de stad waar ook de apostel Paulus wandelde.

In het sonnet ‘Damascus’ noemt Gerrit Achterberg de apostel niet, maar hij zit erin: hij is de blinde die wordt weggeleid. Tegelijkertijd zijn ook Achterberg en de lezer van het gedicht blinden.

Damascus

Er is geen baan voor uw beweging.
Nadat de ruimte bij u binnensloeg
naar alle hoeken en u ver genoeg
inkrimpen kon, dat geen omgeving,

waarin gij om uzelven heenging,
nog overbleef, geen opening of voeg,
die u misschien een micron overdroeg,
ligt gij verstenigd in verstening.

Ik stond er bij in de realiteit,
uw mantel toegevouwen op mijn arm.
Maar later op de weg sloeg God alarm:

‘Ga naar Damascus, daar wordt u gezegd
wat ge moet doen. Ga naar Damascus. Recht’.
Blind werd ik tussen andren weggeleid.

De Romeinen stuurden Saulus Damascus in om de Christenen te vervolgen, hij kwam er bekeerd als Paulus uit om het Christendom te gaan verkondigen.
Damascus als vertrekpunt van het Christendom. Het evangelie, ‘de blijde boodschap’ dat 2 millennia door godsdienst oorlogen en kruistochten miljoenen het leven zou kosten.
In 9 kruistochten tussen 1145 en 1272 vochten Christenen en Moslims om Jeruzalem en Damascus. Geschiedenis werd in bloed geschreven.

En vandaag woedt er in Damascus weer een godsdienst oorlog, moslims onder elkaar, Soennieten en Sjiieten. Sommigen onder ons vinden het niet eens zo erg; ‘roei elkaar maar uit’.

Achterberg herinnert ons aan de noodzaak tot inkeer te komen: Saulus moet naar Damascus om daarna als Paulus de heilsboodschap te preken.
Zijn woorden beklijven echter niet, zeker nu niet in Damascus.

Herinnering kan een idee, maar ook de geschiedenis levend houden.
Eneo-ateliers helpt met het vormgeven aan herinnering.

 Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers-urn.com


donderdag 26 september 2013


Eneo-ateliers

Mooi maar niet op heilige grond

Onderweg in de tijd,  zijn en niet meer zijn



Maastricht kent ieder najaar een belangrijk festival, Musica Sacra, het wordt voornamelijk in kerken uitgevoerd.
In de gerestaureerde neo-romaanse Lambertuskerk klinkt Arvo Part’s neo orthodoxe koormuziek. De akoestiek werkt mee, de kerk is niet de teil die je kunt verwachten in dit verrassend mooie warme interieur. Het a capella  koor heeft een kastanje bruine klank die aan de monniken van Chevetogne  doet denken. 
Twee uur volledige concentratie lukt niet, daarvoor is de eenvoudige muzikale keuze van Part teveel een herhaling van zichzelf. Het is mooi maar er ontbreekt iets, mijn blik dwaalt af, dan valt me op dat een nieuwe vloer aan de restauratie ontbreekt, we zitten op beton.

Gedachten dwalen weg. Jaren geleden reisde ik door Servië. Na een verkeerde afslag stopten we in een onooglijk dorp voor een orthodox kerkje. De deur stond open en door ons open raam klonk veelstemmig de vrome gemeente. Ietwat beschroomd schoven we naar binnen om achteraan te blijven staan. Het werd een overweldigende ervaring. In het kleine kerkje stolde religie in meerstemmige a capella zang. Oprechte overtuiging in een oud geloof, de bodem van hun bestaan, werd bijna tastbaar. 

Een nieuwe inzet van het koor brengt me terug in de Lambertus kerk. De religieuze muziek die Part schreef na een geloofscrisis is ook voor niet gelovigen boeiend, het koor zingt gedreven. Dan realiseer ik me wat ik mis. De overtuigende ongepolijste klank in het Servische kerkje werd gedragen door een eeuwen oude traditie. Ondanks de boventitel van het festival, ‘Musica Sacra’, ontbreekt hier het sacrale. De zangers staan niet op heilige grond, de Lambertus kerk heet nog wel kerk maar is geen geheiligde plaats meer. Wij zitten in een concertzaal op beton, de bodem is onder de sacrale compositie uit geslagen.

Dan bedenk ik me dat ik het gemis aan het sacrale niet zo erg vind. De muziek van Part is ook zonder de religieuze betovering mooi en voor de betovering heb ik dat onooglijke Servische kerkje in mijn herinnering.

Herinnering en emotie worden makkelijk opgeroepen door muziek.
Herinnering geeft vorm aan ons zijn.
Eneo-ateliers helpt met vormgeven aan herinnering.

 Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers-urn.com

dinsdag 27 augustus 2013


Eneo-ateliers

Phnom Penh is al verleden, Damascus moet dat nog worden

Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn

Wie Phnom Penh bezoekt ontkomt niet aan de killing fields. Wij bezoeken eerst Tuol Sleng, een voormalige middelbare school. Hier werden de slachtoffers van Pol Pot ondervraagd, gefotografeerd, gefolterd om daarna naar de killing fields afgevoerd te worden.
Duizenden kleine foto’s op grote borden kijken je serieus aan. Ze kijken in de lens wetend dat ze vermoord gaan worden, wie voor deze lens staat overleeft niet.

Pol Pot’s foto archief schrijft geschiedenis op grote borden. De schok
verhevigt als de gruwelijke documentatie doet denken aan de installatie- kunst van Boltanski. Boltanski geeft met fotoseries onbekende slachtoffers, verloren geraakte kinderen, een gezicht om ze niet verloren te laten gaan. Bij Boltanski is dat kunst met een gevoelige verwijzing naar ons collectieve verleden. Dit schoolgebouw is geen kunst, het is werkelijkheid, huiver, beklemmend ruisende stilte.

Wij rijden van de school naar Choeung Ek, een van de killing fields.
Onze gids wijst op een restaurant waar het goed hond eten is. Hij maakt  duidelijk dat ik met serieuze vragen moet wachten omdat hij niet weet of onze chauffeur engels verstaat.

De killing fields zijn erg, maar de schedels in de stupa hebben geen ogen.
De stukjes gekleurde stof die uit de grond steken horen bij de resten die er onder liggen. Het is luguber, maar de huiver wordt opgeroepen door de herinnering aan de gezichten op de foto’s.

Inmiddels kan onze gids vrijuit praten. Als we naar de auto terug lopen legt hij uit dat in zijn dorp iedereen van iedereen weet wie gemoord heeft.
Het zijn er te veel, het zal nog jaren duren, zegt hij voor zich uit, Pol Pot is met ons vergroeid, wij moeten er mee leven, maar wij hebben er geen vorm voor.
Wij rijden terug naar Phnom Penh, zwijgend, nu niet omdat de chauffeur ons zou kunnen verstaan.

Uit respect voor het onderwerp ontbreekt de deze plaats gebruikelijke eneo reclame boodschap.

dinsdag 6 augustus 2013


Normandië, het land van de landingen.

Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn

 “Blessent mon coeur d’une langueur monotone”

De tekst uit een gedicht van Paul Verlaine was het startsein voor de grote geallieerde aanval op het
door de Nazi’s bezette Europa.
Normandië het land van cider en camembert, het land van calvados en metershoge groene hagen
die het uitzicht belemmeren.

De zomer wil al een paar dagen niet erg, schuimkoppen op zee. In het uiterste noordwesten, waar Europa ophoudt, eindigen de rotsen stekelig in de oceaan. De weg volgt de kust.

In een bocht in de weg in het gehucht Port du Hable staat een pot verwelkte bloemen voor een stoeptegel groot gedenkplaatje. Mijn nieuwsgierigheid wint, ik zet de auto stil en loop terug. Loop terug in de tijd:

    A la memoire du Lt. J.Z. Bienkowski
           Pilote Polonais de la R.A.F.
               tombe a cet endroit
                  le 2 Aout 1943
            
Een Poolse RAF piloot ver van huis op verkenning voor de landingen een jaar later?
Eind juni verwelkte bloemen kennelijk 6 juni hier neergezet. De oudste bewoners waren kinderen toen luitenant-vlieger J.Z. Bienkowski op 2 augustus 1943 hier sneuvelde, maar het dorp blijft hem herinneren.

De behoefte herinnering vorm te geven is van alle tijden.
Vormgeven voorkomt vergeten

 Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers-urn.com

dinsdag 23 juli 2013


Eneo-ateliers

Kan een dichter dood zijn? In memoriam Michel van der Plas

Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn

Michel van der Plas is dood. Eerlijk gezegd dacht ik dat hij dat al enige tijd was. Radio, t.v. en krant besteden ruime aandacht aan zijn overlijden, meer dan je zou verwachten.
Frater Venantius en Tearoom Tango worden zijn opus magnum.

Voor mij blijft hij een echte dichter, mijn eerste serieuze kennismaking met poëzie. Jaren geleden, hevig verliefd, afgewezen door de gedroomde vrouw, las ik zijn debuut, ‘Dance for you ‘.
Het blauwe Helikon bundeltje met de zwanen no 40 uit 1947 vond ik enige tijd terug op een rommelmarkt.

Uit het openingsgedicht ‘The greatest show you ever saw’:

Het zal in deze nacht gebeuren,
want heller licht kan er niet schijnen
tegen de poorten van de hemel
dan het vuur van de atoombom,
de vlam van onze hartstocht,
de brand van onze haat.
het moet in deze nacht gebeuren,
omdat in deze nacht
de schuld en ongenaakbaarheid
het bitterst laaien in het hart,

en het laatste gedicht ‘envoi’:

Als je alleen bent in de stille kamer
en zo maar naar de dingen zit te kijken:
naar de portretten, ’t spinnewiel het eiken
buffet en naar de bloemen voor de ramen,
zal ik dichtbij zijn in de veilige namen
van wat je is vertrouwd, en het zal lijken
of ik je straks het breiwerk aan zal reiken,
de deur dicht doe, of wijs naar de cyclamen,
en neem dit boek soms op, zoek de bladzijden
die je hebt aangekruist, en ga stil lezen
over dit hart, van vrezen niet genezen-
Dan als de schemer langs het boek komt glijden
en als ik kom en naar je zie, terzijde,
lief, kus me dan nog zachter dan voordezen.

Als ik het lees weet ik weer waarom ik het zo goed vond.
Zo universeel liefde beschrijven, vormgeven in taal en daarmee ruimte maken voor de persoonlijk herinnering, dat mag poëzie heten.
Jammer dat de pers alleen de Frater en de Tango tot magnum opus
maakt.

Taal gebruikt beelden om vorm te geven.
Eneo-ateliers geeft in beelden vorm aan de persoonlijke herinnering.

Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers-urn.com

dinsdag 25 juni 2013


Eneo-ateliers


Door een vis mogen wij bij God op tafel kijken



Onderweg in de tijd, zijn en niet meer zijn


“Oom Karel”, liet ik me ontvallen nadat de huisbediende in djellaba de deur van de kamer achter ons had dicht gedaan. Die kamer was prachtig, gekleurde tegeltjes, gebrandschilderd glas, filigraan stucwerk, smeedijzeren lampen, een echt tapijt. 
Zo stel je je een riad, een hotel in de medina, voor.

“Wat bedoel je met oom Karel?” vroeg mijn vrouw
“Oom Karel was de hond van Greet en Henk, vrienden van mijn ouders. 
Van Henk heb ik mijn liefde voor Achterberg. 
“Schrijft die dichter die zijn hospita vermoordde over honden?”
“Nee, met uitzondering van een sonnet over een vis schrijft hij nooit over dieren.”
“Waarom zei je dan oom Karel?”
“Greet had een oom Karel met verontrustend meurende voeten en toen hun hond oud          werd zijn ze die hond naar hem gaan noemen”
“Vind je die lucht hier dan zo erg?”, vroeg ze. “Ja” zei ik, “om morgen te vertrekken.” 
“Het is niet van een hond, het komt van de voeten die in het tapijt zitten”.
“Even erg”, zei ik.

Naar Achterberg en de vis vroeg ze niet meer.
Weken later thuis, heb ik het gedicht met de vis opgezocht om mijn geheugen te controleren. De tijd had het, op de hagedis na, nauwelijks aangetast.

Ichthyologie

Er is in zee een coelacanth gevonden,
de missing link tussen twee vissen in.
De visser weende van verwondering.
Onder zijn ogen lag voor het eerst verbonden

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om deze vis heen stonden
voelden zich op dat ogenblik verslonden
door de millioenen jaren achter hen.

Rangorde tussen mens en hagedis
en van de hagedis diep in het stof,
verder dan onze instrumenten reiken.

Bij dit besef mogen wij doen alsof
de reeks naar boven toe hetzelfde is
en kunnen zo bij God op tafel kijken.

Door een krantenbericht herinnert Achterberg zich de symboliek van de vis bij de oude Christenen. De discipelen waren vissers, hun leidsman werd de visser van mensen. De herinnering aan de vis gebruikt Achterberg om vorm te geven aan zijn geloof. 

Herinnering goed vormgeven is een kunst,
Eneo-ateliers helpt met het vormgeven van herinnering.

Hoe wij dat doen: Kijk op www.eneo-ateliers.com